Arnstadt (1702-1707)

Op deze pagina stond de eerste kerkcantate van de jonge Johann Sebastian Bach 'Nach dir, Herr, verlanget mich' BWV 150. Inmiddels is duidelijk dat deze cantate later geschreven is, nl. in Mühlhausen.



Arnstadt, de oudste stad van Thuringen, is ooit het zenuwcentrum van de familie Bach, een broedplaats voor hun muzikale aktiviteiten sinds 1640. Ook is het de zetel van een klein prinsdom, geleid door Graaf Anton Günther van Schwarzburg, die sinds de dood van Johann Christoph, oom van Bach en hofmusicus steeds heeft uitgekeken naar een ander lid van de familie ‘want hij moet en zal opnieuw een Bach hebben’. Het kost hem acht jaar om deze te vinden. 

 

Op een dag in juni 1703, beweegt zich een privékoets bij het kasteel van de graaf in Weimar met daarin de achttienjarige Johann Sebastian Bach, op dat moment een eenvoudige bediende aan het hof (officieel geregistreerd als ‘de lakei Bach’). Hij is hier om het nieuwe orgel van de zojuist herbouwde Bonifatiuskerk te inspecteren. Zijn de 800 florijnen die het graafschap betaalde aan orgelbouwer J.F. Wender goed besteed geweest? Op de nu volgende dagen zal de vroegwijze Bach zijn indrukwekkende, technische know-how te voorschijn halen; het doormeten van de druk door het aanblazen, de dikte en de kwaliteit van de pijpen (zou Wender op niet-zichtbare plaatsen mogelijk lood gebruikt hebben in plaats van tin?), het stemmen van de tongen, het touché, de reactie van de aangeslagen toetsen enz. Niemand test orgels ‘zo streng en toch ook zo eerlijk’ zal C.P.E. Bach later verklaren na zijn vaders dood. ‘Het eerste wat hij, schertsenderwijs, zal zeggen bij een test is “Eerst en vooral moet ik weten of het orgel goede longen heeft” en om dit uit te vinden zal hij elke registerknop uittrekken en spelen in de meest volledige en rijke textuur. Op dat punt aangekomen trekt een orgelbouwer menigmaal bleek weg’. Maar men hoeft zich hier geen zorgen te maken; de jonge onderzoeker lijkt tevreden. Wender krijgt zijn certificaat en de Burgermeister vraagt Bach of hij bereid is nog even te blijven tot zondag om het orgel ‘met publiek’ in te wijden, een nauwelijks verhulde auditie blijkt dat te zijn, de betrekking van organist is vacant. Bach speelt dat inaugurale recital op de feestdag van Johannes de Doper. Hoogstwaarschijnlijk daarbij inbegrepen is zijn enerverende showstopper de D mineur Toccata en Fuga (BWV 656) waarna hij vervolgens zijn volledige salaris ontvangt plus een onkostenvergoeding, alles gefinancierd uit de opbrengst van de stedelijke accijns op bier. Een paar weken later wordt zijn aanstelling als organist bevestigd tegen een salaris dubbel zo groot als dat van zijn vader, stadspijper te Eisenach. Graaf Schwarzburg heeft zijn Bach - althans voorlopig.....

  

 

Volgens zijn contract moest Bach de zondagse kerkdienst, een gebedsuur op maandag en de vroege preek op donderdag op het orgel begeleiden. Verder had hij contractueel geen verplichtingen. Bach weigerde – mede op grond van dit contract – dan ook regelmatig met het schoolkoor van zijn kerk te musiceren. Waarschijnlijk speelde hierbij een rol dat Bach het koor en het orkest te matig van kwaliteit vond. Dit leidde tot enkele conflicten, waaronder een serieus treffen met de student Johann Heinrich Geysersbach die, nadat Bach tijdens een repetitie beledigende opmerkingen zou hebben toegevoegd over diens muzikale kwaliteiten, Bach in het gezicht sloeg, waarna Bach zich met een degen verdedigde.

Nadat deze zaak onderzocht was, werd Bach aangeraden toch met koor te musiceren. In plaats hiervan nam Bach voor vier weken verlof op en vertrok te voet naar de Noord-Duitse stad aan de Oostzee Lübeck. Bach wilde zich hier, zoals hij later zou verklaren, bij Dietrich Buxtehude, de organist van de Sankt Marienkirche (tevens componist en concertondernemer), in zijn kunstzinnige vaardigheden gaan verdiepen. Bach bleef veel langer weg dan de overeengekomen vier weken en kwam pas na vier maanden (in januari 1706 terug in Arnstadt. Hij werd hiervoor door het consistorium berispt.

 

Tegelijkertijd werd hem meegedeeld dat zijn begeleidingen op orgel van de massaal gezongen kerkliederen ‘te ingewikkeld waren’ waardoor de gemeente in de war raakte, dat zijn voorspelen bij binnenkomst te lang waren en dat hij nog steeds weigerde om met het schoolkoor te musiceren. Bach reageerde op het verwijt dat zijn koraalzang-inleidingen te lang waren, door voortaan alleen veel te korte begeleidingen te vertolken; op de andere punten reageerde hij niet of met maanden vertraging.

 

Ondanks conflicten was Bachs 'Sturm und Drang'-periode in Arnstadt wel de tijd waarin hij, zoals zijn zoon Carl Philipp Emanuel Bach later zou schrijven, 'de eerste vruchten van zijn vlijt' toonde: in Arnstadt ontstonden namelijk zijn eerste cantates (in relatief kleine bezetting), alsook de eerste representatieve orgelwerken in grote vorm.

 

 

de Bonifatiuskerk

                                                                            Naar Mühlhausen